In het publieke debat over netcongestie zijn datacenters uitgegroeid tot de favoriete zondebok. Ze vreten stroom, bezetten transportcapaciteit en staan nieuwe woningbouw in de weg. Gemeenten weigeren vergunningen, provincies stellen moratoria in, en in de media wordt de datacenter als synoniem voor het overvolle stroomnet gepresenteerd.

Maar is dat beeld juist? En — belangrijker voor bedrijven die vandaag met netcongestie te maken hebben — helpt het ons om de werkelijke oorzaken te begrijpen en op te lossen?

Wat zeggen de cijfers?

Datacenters verbruiken in Nederland inderdaad substantieel elektriciteitsverbruik. In 2024 vertegenwoordigden ze naar schatting 4 tot 5 procent van het totale nationale elektriciteitsverbruik. Dat is niet niks — maar het is ook geen overheersend aandeel.

4–5% Aandeel datacenters in totaal Nederlands elektriciteitsverbruik
~40% Aandeel industrie en grootverbruikers in netbelasting
2031 Verwacht jaar waarop netbeheerders de achterstanden inlopen

Wat datacenters wél onderscheidt van andere grootverbruikers, is hun geografische concentratie. De Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX) is een van de grootste knooppunten ter wereld, en de concentratie van datacenters in Noord-Holland en Flevoland legt een disproportionele druk op lokale netknooppunten. Daar is de congestie reëel en meetbaar.

Maar: netcongestie is een nationaal verschijnsel dat zich ook manifesteert in regio's zonder datacenters. Zeeland, Brabant, Friesland — ook daar staan bedrijven op wachtlijsten van meerdere jaren voor uitbreiding van hun netaansluiting.

“Netcongestie is geen datacenterprobleem. Het is een infrastructuurprobleem dat tientallen jaren van onderinvestering weerspiegelt.”

Waar zit het piekprobleem dan wél?

De kern van het Nederlandse netcongestieprobleem is niet het totale verbruik, maar de ongelijkmatige belasting in de tijd. Het stroomnet is ontworpen voor het gemiddelde verbruik, niet voor de piek. En die piekmomenten worden bepaald door een breed scala aan afnemers.

De belangrijkste bijdragers aan piekbelasting zijn:

Datacenters zijn, ironisch genoeg, relatief gunstige netgebruikers wat piekvermogen betreft: ze verbruiken 24 uur per dag op een vrij constant niveau. Er is nauwelijks sprake van pieken. De piekproblematiek zit elders.

Waarom is dit relevant voor uw bedrijf?

Als uw bedrijf last heeft van netcongestie — geen of beperkte transportcapaciteit, wachtlijsten bij de netbeheerder, of hoge capaciteitstarieven — is het van belang te begrijpen dat de oorzaak structureel is en niet snel verdwijnt. De netbeheerders investeren volop in uitbreiding, maar de verwachting is dat de achterstanden pas rond 2031 zijn ingelopen.

Dat betekent dat bedrijven nu zelf aan de slag moeten met flexibiliteit. Niet wachten op de netbeheerder, maar de eigen energievraag slimmer organiseren.

Wat bedrijven nu al kunnen doen

  • Verschuif energieverbruik naar dal-uren (s’nachts, in het weekend) via slimme automatisering
  • Gebruik batterijopslag om piekverbruik af te vlakken en de netaansluiting ontlast te houden
  • Koppel solar, laadinfrastructuur en productieprocessen in een Energy Hub
  • Bied flexibiliteit aan via congestieprogramma’s van de netbeheerder en verdien hier direct aan
  • Zet slimme PLC-sturing in om real-time te reageren op netsignalen

De rol van flexibiliteitstechnologie

Wat het datacenterprobleem en het bredere netcongestiedebat gemeen hebben, is dat ze beide wijzen op dezelfde fundamentele uitdaging: het stroomnet is te star voor een energiemix die steeds grilliger wordt. De oplossing is niet alleen meer kabels en transformatoren — die komen te laat en kosten te veel — maar ook slimmere aansturing van de vraagkant.

Moderne energiebeheersystemen, zoals het Oliva Energy platform, maken het mogelijk om energieassets real-time aan te sturen op basis van netsignalen en marktprijzen. Daarmee kunnen industriële bedrijven en O&M-partijen hun verbruik afstemmen op het moment dat netcapaciteit beschikbaar is, in plaats van te concurreren om schaarse piektijd.

Dit is niet alleen kostenbesparend. Het opent ook de deur naar nieuwe inkomstenstromen: via de balansmarkt, via congestieprogramma’s van netbeheerders, en via lokale energiemarkten die de komende jaren ontstaan op bedrijventerreinen en in gebieden met hoge concentratie van hernieuwbare opwek.

Conclusie: focus op wat u kunt beïnvloeden

Datacenters zijn niet de hoofdschuldige van netcongestie in Nederland. Ze zijn een symptoom van een bredere uitdaging: een stroomnet dat niet is ontworpen voor de energietransitie die nu razendsnel plaatsvindt.

Voor bedrijven die nú met netcongestie te maken hebben, is de meest productieve vraag niet “wie is schuldig?” maar: hoe maken wij onze energievraag flexibeler? Dat is de vraag waar Oliva Energy dagelijks mee werkt — bij industriële productiebedrijven, O&M-partijen en complexe bedrijventerreinprojecten.